Medicatieschema

1          Situering

In het kader van ICT-ontwikkelingen voor online gegevensdeling via het Gedeeld Farmaceutisch Dossier en Vitalink en in het kader van het actieplan “Verankering van de huisapotheker in de eerste lijn” dringt een duidelijke definitie van en visie op het medicatieschema zich op.

2          Definitie

Het Vlaams Apothekers Netwerk beschouwt het medicatieschema als:

“een geheel van gestandaardiseerde informatie over de actieve medicatie van een patiënt, met inbegrip van de identiteit van de geneesmiddelen, hun posologie, hun indicatie, relevante gebruiksaanwijzingen en bijkomende informatie waar nodig.”

2.1        Productie

Medicatieschema’s moeten worden aangemaakt door zorgverstrekkers die geneesmiddelen voorschrijven of afleveren, m.n. artsen en apothekers. Ook wijzigingen en aanvullingen behoren tot hun bevoegdheid. Elke wijziging impliceert een controle en een validering van het medicatieschema als geheel. Waar nodig kan een zorgverstrekker een bijkomende validering door een andere zorgverstrekker vragen.

2.2        Beschikbaarheid

Medicatieschema’s moeten in de eerste plaats beschikbaar zijn voor de patiënt zelf. Daarnaast kunnen medicatieschema’s gedeeld worden tussen zorgverstrekkers die betrokken zijn bij de medicamenteuze therapie én een therapeutische relatie hebben met de patiënt. De patiënt moet steeds toestemming geven voor zijn medicatieschema gedeeld kan worden.

2.3        Presentatie

Een medicatieschema kan op verschillende manieren aangeboden worden:

  • Overzicht in een rooster met rijen en kolommen
  • Tekstueel per innamemoment of per geneesmiddel
  • Toedieningsschema per dag, per week, …
  • Therapieschema voor individuele medicatievoorbereiding (IMV)

2.4        Toepassingen

Een medicatieschema kan gebruikt worden voor instructie voor het innemen en het klaarzetten van geneesmiddelen. In het eerste geval is het gericht aan de patiënt zelf, in het tweede geval aan mantelzorgers, verpleegkundigen en apothekers of farmaceutisch-technisch assistenten, betrokken bij IMV.

Een medicatieschema kan ook gebruikt worden voor de opvolging van de medicamenteuze therapie. Het is dan gericht aan mantelzorgers of artsen, apothekers, verpleegkundigen en verzorgenden of zorgkundigen uit het zorgteam van de patiënt.

Tenslotte kan een medicatieschema gebruikt worden als communicatiemiddel tussen zorgverstrekkers, zowel in de eerste lijn als transmuraal. Het moet zorgverstrekkers toelaten hun zorgtaak maximaal op te nemen en de kwaliteit van de zorg te verbeteren.

3          Visie

Volgens VAN moet een medicatieschema minstens volgende informatie bevatten:

  • Identificatie van de patiënt (voornaam, naam en INSZ-nummer)
  • Identificatie van de geneesmiddelen d.m.v. de CNK (stofnaam, merknaam of verpakking)
  • Posologie van de geneesmiddelen
  • Indicatie van de geneesmiddelen
  • Gebruiksaanwijzingen
  • Bijkomende informatie waar nodig
  • Datum waarop het medicatieschema is aangemaakt of gewijzigd
  • Zorgverstrekker door wie het medicatieschema is aangemaakt, gewijzigd of gevalideerd

Het medicatieschema is bij voorkeur gestructureerd, gestandaardiseerd en digitaal, zodat het online gedeeld kan worden.

Het actueel medicatieschema bevat de actieve medicatieschema van een patiënt en moet steeds als een geheel beschouwd worden en niet louter als een bundeling van medicatielijnen. Validering gebeurt steeds voor het gehele medicatieschema en niet op lijnniveau.

Het medicatieschema kan aangemaakt worden op basis van de historiek van voorgeschreven of afgeleverde medicatieschema, maar verschilt er fundamenteel mee. Een medicatieschema is per definitie een momentopname. Het is zinloos en zelfs potentieel gevaarlijk een historiek van medicatieschema’s bij te houden. Medicatieschema’s kunnen de historiek van voorgeschreven en afgeleverde geneesmiddelen niet vervangen.

Het Gedeeld Farmaceutisch Dossier (GFD) kan, als de authentieke bron van afgeleverde geneesmiddelen, dienen om informatie over de actieve medicatie te verzamelen en (al dan niet geautomatiseerd) een medicatieschema aan te maken. De intellectuele act van het valideren van een medicatieschema als geheel moet echter steeds gebeuren door een bevoegd zorgverstrekker – in casu de apotheker.

Een medicatieschema is bij voorkeur een gedeeld hulpmiddel dat beheerd wordt door het multidisciplinair zorgteam van de patiënt en niet door een individuele zorgverstrekker.